PETG-filament: eigenschappen en printtips
PETG is de logische stap na PLA: het is taaier, kan beter tegen warmte en een geprint onderdeel trekt zich weinig aan van vocht, olie en lichte chemicaliën. Tegelijk print het bijna net zo makkelijk: een verwarmd bed is genoeg en een gesloten kast heb je niet nodig. Daarmee is PETG de keuze voor dingen die iets moeten verduren: een houder in de schuur, een klem die spanning vasthoudt of een behuizing die een val moet overleven.
De eigenschappen op een rij
Deze waarden komen rechtstreeks van onze eigen rollen en staan ook op elke productpagina in de PETG-collectie.
| Eigenschap | Waarde |
|---|---|
| Nozzle | 230 tot 250 °C |
| Verwarmd bed | 70 tot 85 °C |
| Warmtebestendig tot | ongeveer 75 °C |
| Koeling | 30 tot 50 procent |
| Gesloten kast | niet nodig |
| Diameter | 1,75 mm, maatafwijking ± 0,02 mm |
| Gewicht | 1 kg per rol |
Zet dat naast PLA, dat op een nozzle van 195 tot 215 graden en een bed van 55 tot 60 graden print, en je ziet het verschil meteen: PETG vraagt meer warmte en geeft daar taaiheid en temperatuurbestendigheid voor terug. Zoek je de beste nozzletemperatuur voor jouw printer, print dan eerst een temperatuurtoren.
Waarom PETG de stap na PLA is
PLA is stijf maar bros: bij een klap breekt het, en boven de 55 graden verliest het zijn vorm. PETG buigt een fractie mee voordat het het begeeft en houdt stand tot ongeveer 75 graden. Het is bovendien goed bestand tegen olie en lichte chemicaliën, wat het geschikt maakt voor de werkplaats en de garage. Voor klikverbindingen en sluitingen die telkens open en dicht gaan is die taaiheid precies wat je wilt: waar PLA afknapt, veert PETG terug.
Nog een nuance die vaak langskomt: PETG als grondstof kom je tegen in voedselverpakkingen. Dat maakt een 3D-print er nog niet automatisch voedselveilig door, want tussen de printlagen blijven naden zitten waar vocht en bacteriën zich ophopen. Hoe dat precies zit lees je in ons artikel over voedselveilig printen.
De eerlijke nadelen
PETG is stroperig zodra het smelt, en dat merk je aan draadvorming: dunne haartjes tussen twee delen van je print. Het hoort bij het materiaal en is met de juiste instellingen goed te beperken; de complete aanpak staat in onze stringing-checklist. Worden de haartjes opeens veel erger of komen prints bros uit de printer, dan is er iets anders aan de hand: een geprint onderdeel kan goed tegen vocht, maar de rol zelf neemt vocht op uit de lucht. Drogen lost dat op, en luchtdicht bewaren met silicagel voorkomt het; hoe je zelf een droge opbergbox in elkaar zet lees je in onze dryboxgids.
Het tweede nadeel valt in de categorie te veel van het goede: PETG hecht uitstekend aan het printbed, soms zo goed dat een print op een glad bed nauwelijks loskomt. Laat het bed daarom eerst helemaal afkoelen en gebruik op een glad oppervlak een dun laagje lijmstift of 3DLAC als scheidingslaag.
Waarvoor je PETG gebruikt
Alles wat functioneel is en iets moet kunnen hebben: beugels, klemmen, houders, behuizingen en onderdelen voor schuur of werkplaats. Ook voor buiten is PETG bruikbaar, want regen en temperatuurschommelingen deren het niet. De UV-bestendigheid is wel beperkt: voor iets dat jarenlang in de volle zon hangt kies je ASA, zoals we uitleggen in het artikel over UV-bestendig printen.
We voeren zes kleuren: dekkend zwart en wit, en geel, rood, groen en blauw in een translucente uitvoering die licht doorlaat. Die laatste vier zijn mooi voor lampenkappen en alles waar licht doorheen mag schijnen.
PETG, PLA of toch ABS?
Print je vooral decoratief en wil je het grootste kleurenpalet, dan blijft PLA de makkelijkste keuze; de volledige afweging staat in PLA of PETG. Moet een onderdeel tegen temperaturen richting de 100 graden kunnen of wil je het naderhand gladmaken met acetondamp, dan kom je bij ABS uit; lees daarvoor PETG of ABS. Twijfel je nog, dan zet de keuzehulp je in een paar vragen op het juiste materiaal en vergelijkt het overzicht van alle filamentsoorten alles naast elkaar.
Klaar om te beginnen? Bekijk de zes kleuren in de PETG-collectie en lees vooraf PETG printen: de instellingen die werken voor de fijnafstelling van je slicer.