In dit artikel
Die dunne draadjes tussen losse delen van je print komen in de helft van de gevallen door vochtig filament, niet door verkeerde instellingen. Droog eerst je rol. Blijft het, ga dan naar temperatuur, en pas daarna naar retraction. In die volgorde bespaar je jezelf uren proberen.
1. Vochtig filament
Water in het filament verdampt in de nozzle en duwt materiaal naar buiten, ook als de extruder niets doet. Dat is precies waar draadjes van komen. Je herkent het aan geknetter tijdens het printen en aan een dof, ruw oppervlak.
PETG neemt sneller vocht op dan PLA en is daarom berucht om stringing. Een rol die twee weken open naast je printer heeft gelegen kan al genoeg hebben opgenomen.
Droog PETG vier tot zes uur op 65 graden, PLA vier uur op 45. Een filamentdroger is het handigst, maar een oven die zo laag kan werkt ook. Bewaar daarna in een afgesloten bak met silicagel.
2. Te heet printen
Warm materiaal is dunner en loopt makkelijker uit de nozzle. Ga in stappen van vijf graden omlaag en kijk waar de draadjes verdwijnen zonder dat de lagen loslaten.
Een temperatuurtoren geeft je dat antwoord in twintig minuten en is de moeite waard voor elke nieuwe soort filament.
3. Retraction te laag
Bij retraction trekt de extruder het filament een stukje terug voordat de nozzle verplaatst. Dat haalt de druk eraf zodat er niets uitloopt.
Richtwaarden: bij een directe extruder 0,5 tot 1,5 mm, bij een bowden-opstelling 3 tot 6 mm. De snelheid van de retraction zit meestal goed tussen 25 en 45 mm per seconde.
Meer is niet altijd beter. Te veel retraction geeft juist gaten aan het begin van een baan, en bij flexibel filament werkt het helemaal averechts.
4. Te langzaam verplaatsen
Hoe langer de nozzle over een lege ruimte beweegt, hoe meer tijd er is om te druppelen. Zet de reissnelheid op 150 mm per seconde of hoger als je printer dat aankan. Dat is vaak een grotere verbetering dan aan retraction sleutelen.
5. Coasting en wiping
Twee slicerinstellingen die de laatste procenten opruimen. Met coasting stopt de extruder net voor het einde van een baan en gebruikt de restdruk om hem af te maken. Met wiping veegt de nozzle over al geprint materiaal voordat hij wegbeweegt.
Zet ze pas aan als het bovenstaande klopt. Ze verbergen het probleem als je filament vochtig is.
6. De nozzle is vies
Aangekoekt materiaal aan de buitenkant van de nozzle smelt mee en trekt draden. Veeg de nozzle af als hij warm is, met een messing borsteltje of een doek die tegen hitte kan.
De testprint
Print twee torentjes van vijf millimeter breed met vier centimeter ertussen. De nozzle moet elke laag heen en weer, dus je ziet meteen hoeveel draad er blijft hangen. Een run duurt vijf minuten en je kunt de instellingen tussendoor aanpassen.
Bij PETG haal je zelden nul draadjes. Een paar dunne sliertjes die je met een föhn wegsmelt of met een mesje afhaalt is een normaal resultaat.
Veelgestelde vragen
Waarom heeft PETG altijd meer stringing dan PLA?
Het is stroperiger en neemt sneller vocht op. Reken erop dat je bij PETG meer moet afstellen.
Helpt een hogere retractionsnelheid?
Tot op zekere hoogte. Te snel laat het aandrijfwiel slippen en dan slijp je een vlak plekje in je filament.
Kan ik draadjes achteraf weghalen?
Met een heteluchtpistool op lage stand smelten ze weg zonder het model aan te tasten. Doe het van een afstandje en beweeg continu.
Bekijk het in beeld
Meer video's over Stringing wegwerken: de complete checklist op YouTube →
Europese rollen van 1,75 mm, voor 16:00 besteld is vandaag verstuurd. Vanaf vier rollen zakt de kiloprijs.