ABS-filament: eigenschappen en wanneer je het kiest
ABS kies je voor onderdelen die warm worden of klappen moeten opvangen. Het blijft in vorm tot ongeveer 100 graden, is slagvast en laat zich naderhand gladmaken met acetondamp. Daar staat één harde eis tegenover: ABS krimpt flink tijdens het afkoelen en print daardoor alleen betrouwbaar in een gesloten kast of een volledig tochtvrije opstelling. Heeft jouw printer die niet, kijk dan eerst naar PETG.
De eigenschappen op een rij
Deze waarden komen van onze eigen rollen; je vindt ze ook op de productpagina's in de ABS-collectie. Alleen de UV-regel komt uit ons vergelijkingsartikel ABS of ASA.
| Eigenschap | Waarde |
|---|---|
| Nozzle | 235 tot 255 °C |
| Verwarmd bed | 90 tot 110 °C |
| Warmtebestendig tot | ongeveer 100 °C |
| Koeling | uit tot 20 procent |
| Gesloten kast | sterk aanbevolen |
| UV-bestendig | nee |
| Diameter | 1,75 mm, maatafwijking ± 0,02 mm |
| Gewicht | 1 kg per rol |
Waar ABS in uitblinkt
Drie dingen. Ten eerste hitte: waar PLA al rond de 55 graden zacht wordt en PETG rond de 75 graden, houdt ABS stand tot zo'n 100 graden. Dat maakt het geschikt voor onderdelen bij motoren en apparaten en voor alles wat een hete zomerdag in de auto moet doorstaan; welke materialen welke temperatuur aankunnen zetten we op een rij in het artikel over hittebestendig printen. Ten tweede slagvastheid: ABS vangt stoten en vallen op zonder te barsten, wat het de keuze maakt voor gereedschap en behuizingen die dagelijks wat te verduren krijgen.
Ten derde de nabewerking. ABS laat zich goed schuren en boren, en met acetondamp maak je het oppervlak glad en glanzend; laaglijnen verdwijnen daarbij grotendeels. Werk met aceton altijd in een geventileerde ruimte en uit de buurt van vlammen, want het spul is vluchtig en brandbaar.
De omkasting: welke printers kunnen ABS aan
ABS krimpt aanzienlijk bij het afkoelen. Koelt een print ongelijkmatig af, dan trekken de hoeken omhoog of scheuren de lagen los. Daarom vraagt het materiaal een bed van 90 tot 110 graden, koeling die uit staat of hooguit op 20 procent draait, en een kast die de warmte rond de print vasthoudt.
Voor ons eigen printerpark betekent dat: de Bambu Lab X1 Carbon, de H2D en de Creality K1 en K1 Max zijn gesloten machines en kunnen ABS aan. De Bambu Lab A1, de Ender 3 S1 Pro en de Ender 3 V2 zijn open printers; daarop beginnen we zonder zelfgebouwde omkasting niet aan ABS. Wil je weten wat kromtrekken precies veroorzaakt en wat ertegen helpt, lees dan ons artikel over warping.
Eerlijk over dampen en ventilatie
Smeltend ABS geeft styreendampen af en die ruik je. Zet de printer daarom in een ruimte die je kunt luchten, niet in een slaapkamer of op de plek waar je de hele dag naast zit. Een gesloten kast houdt tijdens het printen een deel van de dampen binnen; zet na afloop even een raam open voordat je de kast opent. Het is geen reden voor paniek, wel voor gezond verstand, en het is meteen het grootste praktische verschil met PLA en PETG, die nauwelijks geur afgeven.
ABS, PETG of ASA?
Heb je geen gesloten printer of print je voor het eerst met een techniekmateriaal, kies dan PETG: bijna even taai en veel vergevingsgezinder. De volledige afweging staat in PETG of ABS. Gaat je print naar buiten, dan valt ABS af omdat het niet tegen UV kan; ASA is chemisch familie van ABS maar wel UV-vast, en in ABS of ASA lees je wanneer welke wint. ABS zelf wint zodra hitte, slagvastheid en nabewerking samenkomen: onderdelen die warm worden, klappen vangen en er na het schuren of dampen strak uit moeten zien. Twijfel je nog, dan helpt de keuzehulp of het complete overzicht van filamentsoorten.
We voeren ABS in twee kleuren, zwart en wit, allebei te vinden in de ABS-collectie. Wil je verder de diepte in, dan legt Wat is ABS uit waar het materiaal vandaan komt en behandelt ABS printen de instellingen stap voor stap.