In dit artikel
Je PLA-profiel staat na maanden bijschaven als een huis. Dan gaat de eerste rol PETG op de printer en lijkt het alsof je opnieuw begint: spinrag tussen de wanden, klodders op de hoeken en lagen die splijten zodra je de supports uitbreekt. PETG is geen moeilijk materiaal, het is een ander materiaal. Wie de instellingen op vijf punten aanpast, print het net zo betrouwbaar als PLA, met sterkere en taaiere prints als beloning.
Nozzle: 220 tot 250 graden
PETG vraagt duidelijk meer warmte dan PLA. Print je te koud, dan hechten de lagen slecht op elkaar en breekt de print netjes langs de laaglijnen. Print je te heet, dan wordt het materiaal druiperig en neemt het draadtrekken toe. Begin in het midden van de bandbreedte, rond de 235 graden, en print een temperatuurtoren om te zien waar jouw rol op jouw printer het mooist loopt. Dat kwartier verdien je bij de eerste echte print terug.
Bed: 70 tot 80 graden, hechting doseren
Het bed moet flink warmer dan bij PLA, anders krullen de hoeken van de eerste laag omhoog. Tegelijk heeft PETG een omgekeerd probleem: het hecht soms zo sterk dat je bij het losmaken stukjes uit het printoppervlak trekt. Een dun laagje lijmstift werkt daarom bij PETG anders dan je gewend bent, niet als hechtmiddel maar als scheidingslaag tussen print en bed. En laat het bed na de print eerst afkoelen; grote kans dat de print dan vanzelf loslaat.
Koeling: lager dan je gewend bent
Waar PLA vaak met de ventilator voluit wordt geprint, wil PETG juist rustig afkoelen. Veel koeling maakt de laaghechting zwakker, en sterke lagen zijn nou net de reden dat je PETG koos. Zet de ventilator op ongeveer de helft van wat je bij PLA gebruikt, of lager. Heeft je model veel bruggen of steile overhangen, geef de koeling daar dan tijdelijk wat extra; moet het onderdeel vooral sterk zijn, houd hem laag.
Snelheid en retractie tegen de draden
PETG is taai en stroperig, en dat zie je terug in dunne draden tussen de wanden. Iets langzamer printen dan PLA helpt, net als de retractie een stapje verhogen. Maar de grootste veroorzaker van draden is vocht. PETG zuigt het uit de lucht, en een natte rol herken je aan geknisper bij de nozzle en een dof, ruw oppervlak. Bewaar aangebroken rollen daarom afgesloten met silicagel erbij. Met een droge rol en de juiste temperatuur blijven de laatste draadjes zo dun dat je ze er zo af plukt.
De eerste laag: geef PETG wat ruimte
Bij PLA druk je de eerste laag stevig het bed in. Doe je dat bij PETG, dan blijft het materiaal aan de nozzle plakken en sleept die klodders door de rest van de print. Zet de nozzle voor de eerste laag een fractie hoger af dan bij PLA en print die laag rustig. De eerste laag mag er bij PETG wat boller uitzien dan je van PLA gewend bent, dat hoort zo.
Zien hoe het werkt
In deze video van Formfortis (Engels) zie je welke instellingen je aanpast om PETG strak uit de printer te krijgen.
Het vertrekpunt op een rij
- Nozzle 220 tot 250 graden, begin rond 235 en stem af met een temperatuurtoren
- Bed 70 tot 80 graden, lijmstift als scheidingslaag
- Koeling op ongeveer de helft van je PLA-waarde, extra alleen bij bruggen
- Iets langzamer printen, retractie een stapje hoger
- Eerste laag met iets meer afstand, niet aandrukken
- Rol droog bewaren
Elke printer is anders, dus zie deze lijst als vertrekpunt en niet als wet. Kijk eventueel bij filament per printer wat er voor jouw machine geldt. Staat het profiel eenmaal, dan krijg je er veel voor terug: prints die taaier zijn dan PLA, tegen vocht en buitenlucht kunnen en er met de doorschijnende kleuren uit de PETG-collectie ook nog eens bijzonder uitzien. Die eerste rol vol spinrag ben je dan snel vergeten.
Europese rollen van 1,75 mm, voor 16:00 besteld is vandaag verstuurd. Vanaf vier rollen zakt de kiloprijs.