Printlab

Woordenlijst 3D-printen

Elk vakgebied heeft zijn eigen taal, en 3D-printen kan er wat van. Hier staan ruim tweehonderd termen uitgelegd zoals we ze zelf gebruiken, van de eerste laag tot de laatste nabewerking. Mis je er een, stuur een berichtje via de contactpagina.

termen

0 tot 9

1,75 mm
De standaarddiameter van filament voor vrijwel alle desktopprinters. Alles in onze winkel is 1,75 mm.
2,85 mm
De dikkere filamentmaat, vooral van oudere UltiMakers. Niet uitwisselbaar met 1,75 mm, controleer je printer voor je bestelt.
3MF
Modern bestandsformaat voor printklare modellen. Bewaart naast de vorm ook kleuren, instellingen en de plaatsing op het bed, waar een STL alleen de vorm kent.

A

ABL
Auto bed leveling: de printer tast het bed op een aantal punten af en compenseert hoogteverschillen tijdens het printen. Zie ook mesh bed leveling.
ABS
Slagvast en hittebestendig filament dat een gesloten printer vraagt omdat het krimpt tijdens het afkoelen. Na te bewerken met acetondamp.
Acetondampen
Nabewerking waarbij damp van aceton het oppervlak van een ABS-print licht oplost. Het resultaat is glad en glanzend. Brandbaar, dus werk buiten of onder afzuiging.
Adaptieve laaghoogte
Slicerfunctie die de laaghoogte automatisch varieert: dun waar detail zit, dik waar het recht omhoog gaat. Sneller printen zonder zichtbaar verlies.
AMS
Het wisselsysteem van Bambu Lab dat tot vier rollen automatisch voedt, voor meerkleurige prints of doorprinten als een rol leeg raakt.
Anisotropie
Een print is niet in elke richting even sterk: tussen de lagen breekt hij eerder dan langs de lagen. Ontwerp zo dat de kracht langs de lagen loopt.
Annealen
Een print na het printen verwarmen, bijvoorbeeld een uur op 60 tot 80 graden, zodat interne spanning verdwijnt en het onderdeel stijver en hittebestendiger wordt. Reken op lichte krimp.
Arachne
Wandgenerator in moderne slicers die de wanddikte variabel maakt, zodat dunne stukken netjes gevuld worden in plaats of overgeslagen.
ASA
De buitenversie van ABS: even sterk, maar UV-bestendig zodat het niet vergeelt of verbrost in de zon. Print net als ABS in een gesloten kast.

B

Babystepping
De nozzlehoogte live bijstellen tijdens de eerste laag, in stapjes van honderdsten van millimeters. De snelste manier om een eerste laag te redden.
Bambu Studio
De slicer van Bambu Lab, gebouwd op PrusaSlicer. Regelt naast het slicen ook de AMS en de kalibraties van de printer.
Backlash
Speling in de aandrijving waardoor een as bij het omkeren van richting een fractie te laat reageert. Zichtbaar als maatafwijking of golfjes.
Bedhechting
Hoe goed de eerste laag aan het printbed plakt. De basis van elke geslaagde print: een schoon bed, de juiste hoogte en de juiste bedtemperatuur.
Bedslinger
Printertype waarbij het bed naar voren en achteren beweegt, zoals de Ender 3 en de Bambu Lab A1. Simpel en goedkoop, maar hoge smalle prints wiebelen eerder.
Benchy
Het bekende testbootje. Print bruggen, overhangen, kleine details en rondingen in één model, zodat je in een uur ziet wat je printer kan.
Blob
Klodder gesmolten filament op de print, meestal doordat de nozzle ergens te lang bleef hangen of drukte opbouwde. Zie ook zits.
BLTouch
Populaire sensor voor auto bed leveling die met een uitklapbaar pinnetje het bed aftast. Veelgebruikte upgrade op Enders.
Bouwvolume
De maximale afmetingen die een printer kan printen, breedte bij diepte bij hoogte. Een Ender 3 doet 220 bij 220 bij 250 mm.
Bowden
Aandrijving waarbij de motor het filament door een buisje naar de printkop duwt. Lichtere kop, maar trager reageren op retractie dan direct drive.
Bridging
In de lucht printen tussen twee steunpunten, zonder ondersteuning eronder. Lukt beter met volle koeling en een iets lagere temperatuur.
Brim
Eén laag dun materiaal rondom de voet van de print, vastgeplakt aan het onderdeel. Vergroot het hechtoppervlak tegen kromtrekken en peuter je na afloop los.
Buildplate
Het oppervlak waarop geprint wordt: glas, PEI of een veerstalen plaat. Zie printbed.

C

CAD
Software waarin je modellen ontwerpt, zoals Fusion of FreeCAD. Het ontwerp gaat als STL of STEP naar de slicer.
Carbon fiber
Filament met korte koolstofvezels erin, meestal op PETG- of nylonbasis. Stijver en maatvaster, mat oppervlak, en het vraagt een geharde nozzle.
Chamfer
Afgeschuinde rand aan de onderkant van een print. Voorkomt elephant foot aan de bedzijde en maakt randen minder scherp.
CHT-nozzle
Nozzle met gesplitste doorvoer die het filament sneller smelt, voor hogere printsnelheden zonder onderextrusie.
Creality Print
De eigen slicer van Creality voor de K1-serie en nieuwere Enders, met cloudkoppeling naar de printer.
Coasting
Slicerfunctie die de extrusie net voor het einde van een lijn stopt en de restdruk het laatste stukje laat doen. Vermindert blobs op de naad.
Cold pull
Schoonmaaktruc: filament half laten afkoelen en dan uit de hotend trekken, zodat vuil en resten meekomen. Ook wel atomic pull.
Combing
De printkop reist binnen de al geprinte delen in plaats van er dwars overheen, zodat reisstrepen binnen het oppervlak blijven.
CoreXY
Printertype waarbij twee motoren samen de kop in x en y bewegen en het bed alleen zakt. Stijf en snel, zoals de X1 Carbon en de K1.
Cura
De bekendste gratis slicer, van UltiMaker. Profielen voor vrijwel elke printer.
Curling
Hoeken of overhangen die tijdens het printen omhoog krullen, door krimp of te weinig koeling. De nozzle kan erachter blijven haken.

D

Delaminatie
Lagen die van elkaar loslaten, meestal door te koud printen, tocht of vochtig filament. De print splijt langs een laaglijn.
Delta
Printertype met drie armen boven een rond bed. Snel en hypnotiserend om naar te kijken, maar zeldzamer dan bedslingers en CoreXY.
Diameter
De dikte van het filament zelf, vrijwel altijd 1,75 mm. Niet te verwarren met de nozzlediameter.
Diametertolerantie
Hoeveel de filamentdikte mag afwijken, bij ons maximaal 0,02 mm. Grotere schommelingen geven wisselende extrusie en zichtbare banden.
Dichtheid
Gewicht per volume van het materiaal. PLA weegt ongeveer 1,24 gram per kubieke centimeter, PETG 1,27. Bepaalt samen met het volume wat een print weegt.
Direct drive
Aandrijving waarbij de motor direct op de printkop zit. Korte weg naar de nozzle, dus strakke retractie en beter met flexibele filamenten.
Droogbox
Afgesloten bak met droogmiddel waar rollen in liggen, soms met doorvoer zodat je er direct uit print. Zie ook silica gel en hygroscopisch.
Drogen
Vochtig filament een paar uur verwarmen, PLA rond 45 graden, PETG rond 65, zodat het opgenomen vocht eruit gaat. In een filamentdroger of een oven die echt zo laag kan.
Dual extrusion
Printen met twee materialen of kleuren via twee nozzles, bijvoorbeeld een model met oplosbaar steunmateriaal.

E

E-steps
Hoeveel stappen de extrudermotor zet per millimeter filament. Staat dit verkeerd, dan klopt de hele doorvoer niet. Eenmalig kalibreren.
Eerste laag
De belangrijkste laag van de print: te hoog en niets plakt, te laag en de nozzle ploegt. Langzaam printen en goed kijken loont hier het meest.
Elephant foot
Uitgezakte onderste lagen waardoor de voet breder is dan de rest. Komt door een te warme of te dichtgedrukte eerste laag. Slicers kunnen het compenseren.
ESD-veilig
Materiaal dat statische lading afvoert, nodig rond gevoelige elektronica. Gewoon PLA of PETG is het niet, er bestaan speciale gevulde varianten.
Extruder
Het mechaniek dat het filament pakt en doorvoert richting hotend. Bij direct drive zit hij op de kop, bij bowden op het frame.
Extrusiebreedte
Hoe breed één geprinte lijn is, meestal iets breder dan de nozzlediameter. Bepaalt samen met de laaghoogte hoe stevig lijnen aan elkaar hechten.
Extrusiemultiplier
Vermenigvuldigingsfactor op de doorvoer, ook wel flow. Op 0,95 komt er vijf procent minder materiaal uit. Fijnafstelling tegen over- of onderextrusie.

F

FDM
Fused deposition modeling: printen door gesmolten kunststof laag voor laag neer te leggen. De techniek van vrijwel alle thuisprinters.
FFF
Fused filament fabrication, dezelfde techniek als FDM onder een merkvrije naam.
Filament
De kunststof draad op een rol waar een FDM-printer mee werkt. Bij ons altijd 1,75 mm met een kilo netto op de spoel.
Filamentsensor
Sensor die merkt dat het filament op of gebroken is en de print pauzeert, zodat je een nieuwe rol kunt aanhangen zonder de print te verliezen.
Firmware
De software op de printer zelf die motoren, temperatuur en veiligheid regelt. Bekende namen: Marlin en Klipper.
Fillet
Afgeronde overgang tussen twee vlakken. Rondingen verdelen spanning beter dan scherpe hoeken, dus een fillet maakt een onderdeel sterker.
Flexibele plaat
Veerstalen printbed dat je van de magneet tilt en buigt, waarna de print vanzelf loskomt. Geen spatel meer nodig.
Flow
De hoeveelheid materiaal die de nozzle verlaat ten opzichte van wat de slicer vraagt. Zie extrusiemultiplier.
Fuzzy skin
Slicerfunctie die de buitenwand bewust ruw maakt met kleine trillingen. Verbergt laaglijnen en geeft grip, mooi op handvatten.
Feedrate
De snelheid waarmee de printer beweegt, in millimeters per seconde. Via het printermenu vaak live bij te stellen met een percentage.

G

G-code
De opdrachtentaal die de slicer maakt en de printer uitvoert: beweeg hierheen, verwarm tot zoveel graden, extrudeer zoveel millimeter.
Gantry
Het bewegende frame dat de printkop draagt. Een scheve gantry geeft scheve prints, op veel printers is hij uit te lijnen.
Geharde nozzle
Nozzle van gehard staal die tegen schurende vulling kan. Verplicht voor carbon fiber en glow in the dark, want die vreten messing kaal.
Ghosting
Zich herhalende schaduwranden naast scherpe details, veroorzaakt door trillingen. Ook wel ringing. Input shaping of langzamer printen lost het op.
Glasbed
Printbed van glas: spiegelglad en vlak, maar prints laten pas los als het bed is afgekoeld. Schoonmaken met isopropylalcohol.
Glasovergangstemperatuur
De temperatuur waarbij het materiaal zacht begint te worden, bij PLA rond de 60 graden. Bepaalt of een print een hete auto overleeft.
Glow in the dark
Filament met fosforescerend pigment dat licht opslaat en in het donker teruggeeft. Het pigment is schurend, print met een geharde nozzle.
Gyroid
Golvend infillpatroon dat in alle richtingen ongeveer even sterk is, snel print en er nog mooi uitziet ook. Onze standaardkeuze.
Gradiëntfilament
Rol die geleidelijk van kleur wisselt, zodat de print een verloop krijgt. Elk deel van de rol geeft een ander stuk van het verloop.

H

HDT
Heat deflection temperature: de temperatuur waarbij een onderdeel onder belasting doorbuigt. Praktischer dan de smelttemperatuur om hittebestendigheid te vergelijken.
Heat creep
Warmte die te ver omhoog kruipt in de hotend, waardoor filament al zacht wordt voor de smeltzone en vastloopt. Vaak een koelprobleem.
Heat-set insert
Messing schroefdraadbusje dat je met een soldeerbout in een gat smelt. Geeft een print echte, herbruikbare schroefdraad.
Hechtspray
Spuitbus die een dun plaklaagje op het bed legt, zoals 3DLAC. Redt de hechting op lastige oppervlakken en spoelt met water weer af.
Heatbreak
Het dunne halsje tussen het hete en koude deel van de hotend, dat de warmte tegenhoudt. Cruciaal onderdeel tegen heat creep.
Heatsink
Het koellichaam bovenop de hotend dat samen met de ventilator het koude deel koud houdt.
Honeycomb
Zeskantig infillpatroon, sterk maar traag om te printen. Gyroid geeft tegenwoordig meestal de betere afweging.
Hotend
Het hele smeltgedeelte van de printkop: heatsink, heatbreak, verwarmingsblok en nozzle samen.
Hygroscopisch
Vochtaantrekkend. Vrijwel elk filament is het: een open rol zuigt vocht uit de lucht en gaat dan knetteren en slechter hechten. Zie drogen.

I

Infill
De vulling binnen de wanden van een print, uitgedrukt in procenten. Vijftien tot twintig procent is voor de meeste prints ruim genoeg.
Infillpatroon
De vorm waarin de vulling wordt gelegd: gyroid, raster, driehoeken, honingraat. Elk patroon ruilt printtijd tegen sterkte in een andere richting.
Input shaping
Firmwaretechniek die de eigen trillingen van de printer wegfiltert, zodat hij hard kan versnellen zonder ghosting. Standaard op Bambu Lab en de K1.
Interfacelaag
De dichte bovenlaag van steunmateriaal waar de print op rust. Dichter betekent een mooiere onderkant, maar lastiger verwijderen.
IPA
Isopropylalcohol, het schoonmaakmiddel voor printbedden. Haalt vet en vingerafdrukken weg die de hechting slopen.
Ironing
De nozzle strijkt na de bovenste laag nog een keer bijna leeg over het oppervlak, dat daardoor glad wordt. Kost tijd, mooi voor deksels en logo's.

J

Jerk
Instelling voor hoe abrupt de printer van richting mag veranderen. Te hoog geeft trillingen, te laag maakt bochten traag.
Jig
Hulpstuk dat een werkstuk vasthoudt of een bewerking geleidt, bijvoorbeeld een boormal. Een van de nuttigste dingen om te printen.

K

Kalibratiekubus
Testkubus van meestal 20 mm om maatvoering te controleren: meet de zijden en je weet of je printer klopt.
Klipper
Firmware die het rekenwerk naar een aparte computer verplaatst, waardoor hogere snelheden en functies als input shaping mogelijk zijn.
Koeling
De ventilator die de zojuist geprinte laag hard afkoelt. PLA wil veel koeling, ABS juist geen, PETG zit ertussenin.
Krimp
Materiaal trekt samen bij het afkoelen. Hoe meer krimp, hoe eerder een print kromtrekt: PLA krimpt nauwelijks, ABS en ASA fors.
Kruimellaag
Informele naam voor een mislukte, brokkelige eerste laag. Vrijwel altijd een kwestie van bedhoogte of een vet bed.

L

Laaghoogte
De dikte van elke geprinte laag, meestal 0,1 tot 0,3 mm. Dunner is fijner en trager, dikker is grover en sneller.
Laagtijd
Minimale tijd per laag. Bij hele kleine laagjes wacht de printer even, anders staat de nozzle op nog zacht materiaal te bouwen.
Laagverschuiving
De print verspringt halverwege opzij doordat een riem slipte of de kop ergens tegenaan stootte. Ook wel layer shift.
Laaglijnen
De zichtbare horizontale lijnen op elke FDM-print. Kleiner te maken met dunnere lagen, te verbergen met fuzzy skin of nabewerking.
Lijmstift
Gewone papierlijm als scheidingslaag op het bed. Bij PETG geen hechtmiddel maar bescherming: het voorkomt dat de print de PEI-coating meeneemt.
Lineaire rails
Geleiders met kogelwagens in plaats van wieltjes. Strakker en duurzamer, standaard op snellere printers.
Linear advance
Firmwarefunctie die de druk in de nozzle voorspelt en compenseert, voor strakkere hoeken en naden. Bij Klipper heet dit pressure advance.
Lithofaan
Foto geprint als reliëf in dun wit materiaal: houd hem tegen het licht en de afbeelding verschijnt door de dikteverschillen.

M

M600
Het G-code-commando voor een filamentwissel halverwege de print. De printer parkeert, jij wisselt de rol, en hij print verder. De basis van meerkleurenprints zonder AMS.
Magneetbed
Magnetische onderlaag op het bed waar de veerstalen plaat op klikt. Plaat eraf, buigen, print los.
Marlin
De meest verspreide open source printerfirmware, de basis van talloze fabrieksfirmwares waaronder die van Creality.
Masterspool
Herbruikbare spoel waar je een navulling zonder eigen spoel omheen klikt. Scheelt plastic afval.
Maximale volumetrische snelheid
Hoeveel kubieke millimeter per seconde een hotend echt kan smelten. De harde grens van elke snelheidsbelofte.
Mesh
Het driehoekjesnet waaruit een 3D-model bestaat. Een kapotte mesh met gaten geeft slicefouten, zie non-manifold.
Mesh bed leveling
Het bed wordt op een raster van punten gemeten en de printer volgt die hoogtekaart tijdens de eerste lagen.
Meter per kilo
Hoeveel meter draad er op een kilo zit: PLA ongeveer 335 meter, PETG iets minder. Handig voor het narekenen van restjes met onze rekenhulp.
Microstepping
De motoraansturing verdeelt elke stap in kleinere tussenstapjes voor stillere en vloeiendere beweging.
Modifier
Hulpvorm in de slicer die instellingen alleen binnen dat volume aanpast, bijvoorbeeld extra wanden precies rond een schroefgat.
Monotonic
Vulpatroon voor boven- en onderlagen waarbij alle lijnen dezelfde richting op lopen, voor een egaal glanzend oppervlak.
Multimateriaal
Printen met meerdere materialen in één print, via meerdere nozzles of een wisselsysteem als de AMS.

N

Nabewerking
Alles na het printen: supports verwijderen, schuren, gaten optappen, lijmen, schilderen of acetondampen.
Netto gewicht
Het gewicht van alleen het filament, zonder de spoel. Onze rollen hebben een kilo netto, de lege spoel weegt daar los van.
Non-manifold
Een model dat geen waterdicht gesloten oppervlak vormt, met gaten of dubbele vlakken. Slicers struikelen erover, reparatietools lossen het meestal op.
Nozzle
Het spuitmondje waar het gesmolten filament uit komt, standaard 0,4 mm. Groter print sneller en grover, kleiner fijner en trager.
Nozzleslijtage
Het gaatje van de nozzle wordt langzaam groter door schurend filament. Merk je aan vager detail en slechtere maatvoering. Gevulde filamenten verslijten messing binnen een paar rollen.
Nylon
Taai en slijtvast technisch filament, ook bekend als PA. Extreem hygroscopisch: zonder droogbox is het binnen een dag te nat om mooi te printen.

O

OctoPrint
Webinterface op een Raspberry Pi om printers op afstand te bedienen en te volgen, met camera en tijdlapse.
Omkasting
Gesloten kast om de printer die de warmte vasthoudt en tocht buiten houdt. Voorwaarde voor groot ABS- en ASA-werk.
Onderextrusie
Er komt te weinig materiaal uit: dunne lijntjes, gaatjes, zwakke lagen. Oorzaken van vochtig filament tot een halfverstopte nozzle.
Oozing
Filament dat tijdens reisbewegingen uit de nozzle lekt en draadjes of pukkels achterlaat. Retractie en temperatuur zijn de knoppen.
OrcaSlicer
Open source slicer met uitgebreide kalibratietests ingebouwd, populair bij wie meer wil finetunen dan de fabrieksslicer toelaat.
Overextrusie
Er komt te veel materiaal uit: ribbels, dichtgesmeerde gaten en maten die te groot uitvallen. Flow iets omlaag.
Overhang
Deel van de print dat schuin over de lucht hangt. Tot zo'n 45 graden gaat het zonder steun, daarboven wordt het rafelig.

P

Pauze op hoogte
De print op een gekozen laag laten pauzeren, bijvoorbeeld om een moer of magneet in te leggen of van kleur te wisselen.
PC
Polycarbonaat: heel sterk en hittebestendig filament, maar veeleisend. Hoge temperaturen, gesloten kast en droog filament zijn verplicht.
PEI
Kunststofcoating op printbedden waar vrijwel alles goed op plakt en na afkoelen vanzelf loslaat. Ruw of glad verkrijgbaar.
Perimeter
Eén rondje buitenwand van de print. Meer perimeters maken een print sterker dan meer infill, tegen dezelfde printtijd vaak de betere keuze.
PETG
Sterker en taaier dan PLA, licht flexibel en beter tegen warmte en vocht. Print iets warmer en wil minder koeling. De keuze voor onderdelen die iets moeten kunnen hebben.
PID-tuning
Kalibratie van de temperatuurregeling zodat hotend en bed strak op temperatuur blijven in plaats van te golven.
Pigment
De kleurstof in het filament. Pigment verandert het printgedrag licht: dezelfde PLA print per kleur nét anders, vandaar temperatuurtorens per kleur.
Pillowing
Bobbelige of open plekken in de bovenste laag doordat die op te dun infill ligt. Meer toplagen of meer koeling lost het op.
PLA
Het makkelijkste en meest gebruikte filament: lage temperatuur, nauwelijks krimp, geen kast nodig. Voor de meeste prints de verstandigste keuze.
PLA+
PLA met toevoegingen voor meer taaiheid en een net iets vergevingsgezinder printgedrag. Bij ons de basis van de voordeelpakketten.
Polymeer
Kunststof opgebouwd uit lange moleculketens. Alle filamenten zijn polymeren, de keten bepaalt de eigenschappen.
Pressure advance
Klipperterm voor het voorspellen en compenseren van nozzledruk, zodat hoeken en naden strak blijven op hoge snelheid. Zie linear advance.
Prime line
De streep die veel printers eerst langs de rand printen om de nozzle op druk en schoon te krijgen.
Prime tower
Offerblokje naast de print waar bij materiaalwissels eerst op wordt geprint, zodat kleurresten niet in het model komen.
Print-in-place
Model dat met bewegende delen in elkaar geprint wordt en direct van het bed werkt, zoals scharnieren en kettingen. Vraagt goede tolerantieafstelling.
Printprofiel
Opgeslagen set slicerinstellingen voor een combinatie van printer en filament. Onze eigen profielen staan als download op de printerpagina's.
Printbed
Het verwarmde oppervlak waarop geprint wordt. De temperatuur bepaalt mede de hechting: 55 graden voor PLA, richting 80 voor PETG, 100 en meer voor ABS.
Printmal
Geprinte mal waarin een vorm gegoten, gebogen of gelijmd wordt. Veelgebruikt in kleine productie, een van de dingen die hier dagelijks van de printers komen.
PrusaSlicer
Slicer van Prusa Research, ook los van hun printers populair. De basis waar OrcaSlicer op voortbouwt.
Purgen
Filament doorspoelen tot de oude kleur of het oude materiaal volledig uit de nozzle is.
PVA
Wateroplosbaar steunmateriaal voor printers met twee nozzles: print de steun in PVA en los hem op in een emmer water.

Q

Quick-swap nozzle
Nozzle die zonder gereedschap te wisselen is, zoals op de Bambu Lab A1. Maakt het wisselen tussen maten of naar gehard staal een klusje van een minuut.

R

Raft
Geprint vlot van een paar lagen waar de print bovenop staat. Redmiddel bij een slecht bed, tegenwoordig zelden nodig op een goed afgestelde printer.
Refill
Navulling filament zonder spoel, bedoeld voor een herbruikbare spoel. Zie masterspool.
RepRap
Het open source project waar de hele consumentenprinterwereld uit voortkomt, met als idee een printer die zichzelf kan printen.
Resolutie
Het kleinste detail dat een printer kan maken, verticaal bepaald door de laaghoogte en horizontaal door de nozzle.
Resonantie
Eigenfrequentie van de printer die bij bepaalde snelheden gaat meetrillen en patronen op de wand zet. Zie ghosting en input shaping.
Retractie
Het filament een stukje terugtrekken voor een reisbeweging, zodat er niets nalekt. De belangrijkste knop tegen stringing.
Riemspanning
Hoe strak de aandrijfriemen staan. Te los geeft speling en ghosting, te strak slijt lagers. Veel printers hebben er stelknoppen voor.

S

Schuren
Nabewerking met oplopende korrels, nat schuren vanaf korrel 240 werkt het prettigst. PLA wordt warm van snel schuren en smeert dan uit, dus rustig aan.
Seam
De naad waar elke laag begint en eindigt, zichtbaar als een dun lijntje langs de print. In de slicer weg te leggen naar een hoek of de achterkant.
Sequentieel printen
Meerdere objecten een voor een helemaal afprinten in plaats van laag voor laag samen. Mislukt er een, dan zijn de rest al klaar.
Shore-hardheid
Hardheidsschaal voor flexibele materialen. TPU van 95A is stug flexibel, lagere getallen zijn rubberachtiger.
Silica gel
Droogmiddel in korrels dat vocht opneemt. Een zakje bij elke opgeslagen rol houdt het filament printklaar. In de oven te regenereren.
Silk
PLA met een glansadditief waardoor prints op gepolijst metaal lijken. Print als PLA, het mooist op grote vlakken en lage snelheid.
Skirt
Losse lijn rond de print die de nozzle op druk brengt en meteen laat zien of het bed vlak staat. Raakt de print zelf niet.
Slicer
Het programma dat een 3D-model in lagen snijdt en omzet naar G-code: Bambu Studio, Cura, PrusaSlicer of OrcaSlicer.
Smelttemperatuur
De temperatuur waarop het filament vloeibaar genoeg is om te printen. Staat als bereik op elke productpagina.
Snapfit
Klikverbinding die je print in plaats van schroeft: een lipje dat veert en vastklikt. Ontwerp de lip langs de laagrichting, anders breekt hij.
Spaghetti
De sliertenberg die ontstaat als een print loslaat en de printer vrolijk in de lucht doorprint. Camerabewaking kan het detecteren.
Spoel
De haspel waar het filament op zit. Het gewicht ervan telt niet mee in ons netto kilogewicht, en leeg is hij herbruikbaar.
Spoelhouder
De arm of rol waar de spoel op draait. Een soepel draaiende houder voorkomt spanning op de aanvoer.
STEP
CAD-uitwisselingsformaat dat de echte geometrie bewaart in plaats van driehoekjes. Fijner om te bewerken dan STL, steeds meer slicers lezen het direct.
Steunblokkering
Hulpvorm in de slicer die op die plek juist géén steunmateriaal laat genereren, bijvoorbeeld in een gat waar je toch niet bij kunt.
Steunmateriaal
Tijdelijke structuur onder overhangen, na het printen te verwijderen. Zie supports, tree supports en PVA.
STL
Het klassieke bestandsformaat voor printmodellen: alleen het oppervlak als driehoekjes, zonder kleur of maat-eenheid.
Stringing
Dunne draadjes tussen delen van de print, achtergelaten tijdens reisbewegingen. Bestrijden met retractie, temperatuur iets omlaag en droog filament.
Stepper
De motoren die alles bewegen: per stap een vaste hoek, zonder terugkoppeling. Vandaar dat een botsing een laagverschuiving geeft in plaats van een foutmelding.
Supports
Automatisch gegenereerd steunmateriaal onder overhangen. Instelbaar in dichtheid en afstand: makkelijker verwijderen betekent een iets ruwere onderkant.

T

Tandwielextruder
Extruder met dubbele aangedreven tandwielen die het filament van twee kanten pakken. Meer grip, dus minder slippen bij snelle of flexibele filamenten.
Tappen
Met een draadtap echte schroefdraad snijden in een voorgeprint gat. Voor vaker losdraaien is een heat-set insert de duurzamere keuze.
Temperatuurtoren
Testprint waarin elke verdieping op een andere temperatuur print. In een half uur zie je welke temperatuur jouw rol op jouw printer het mooist vindt.
Thermistor
De temperatuursensor in hotend en bed. Een losse of kapotte thermistor geeft wilde temperatuurmeldingen en is een bekend slijtageonderdeel.
Timelapse
Versneld filmpje van de print, per laag één beeldje. Veel printers en OctoPrint maken hem automatisch.
Tolerantie
De bewuste speling tussen passende onderdelen. Voor FDM is 0,2 tot 0,3 mm speling een goed startpunt voor delen die in elkaar moeten.
Toplaag
De dichte bovenlagen die het infill afdekken. Vier tot zes stuks geeft een dicht en strak bovenoppervlak.
TPU
Flexibel filament, rubberachtig en vrijwel onverwoestbaar. Print langzaam en het liefst op direct drive.
Travel
Beweging van de kop zonder te printen. Snelle travels besparen tijd, maar zonder goede retractie slepen ze draadjes mee.
Tree supports
Steunmateriaal als boomtakken dat om het model heen groeit. Minder materiaal, makkelijker verwijderen en vaak een mooiere onderkant dan klassieke steun.

U

Ultrafijnstof
Onzichtbaar kleine deeltjes die vrijkomen bij het printen, het meest bij ABS en ASA. De reden dat een printer niet in de slaapkamer hoort en ventilatie geen luxe is.
UV-bestendigheid
Hoe goed materiaal zonlicht verdraagt. PLA en PETG verkleuren en verzwakken buiten, ASA is er juist voor gemaakt.
Uitlijnen
Zorgen dat assen haaks en riemen recht staan. Een kwartier uitlijnen verklaart vaak maanden aan vage printproblemen.

V

Vase mode
De print als één doorlopende spiraal van één wand dik, zonder naad en razendsnel. Voor vazen en lampenkappen, per definitie niet waterdicht sterk.
Verven en primer
PLA en PETG laten zich prima verven na licht schuren en een hechtprimer. Vulprimer verbergt meteen de laaglijnen.
Veerstalen plaat
Buigzaam printbed op magneten: plaat eraf tillen, buigen, en de print springt los. Zie flexibele plaat.
Ventilatie
Frisse lucht in de printruimte. Bij ABS en ASA geen luxe: die geven dampen en ultrafijnstof af die je niet de hele dag wilt inademen.
Verstopping
De nozzle zit dicht: er komt niets of te weinig uit. Oplossen met een naaldje, een cold pull, of in het ergste geval een nieuwe nozzle.
VFA
Vertical fine artifacts: fijne verticale streepjes op wanden, meestal afkomstig van de aandrijving. Vooral zichtbaar op glanzende vlakken.
Vlamvertragend
Materiaaleigenschap waarbij het materiaal zichzelf dooft. Gewone filamenten zijn het niet, er bestaan speciale varianten met certificering.
Voedselveilig
Een print is het in de praktijk niet, ook met voedselveilig materiaal: in de laaglijnen blijven bacteriën achter. Eenmalig gebruik kan, vaatwasser en hergebruik niet.
Volumetrische snelheid
Doorvoer in kubieke millimeter per seconde: laaghoogte maal lijnbreedte maal snelheid. Zie maximale volumetrische snelheid.

W

Wand
De buitenschil van de print, opgebouwd uit perimeters. Twee tot drie wanden is standaard, meer wanden maken sterker dan meer infill.
Wanddikte
Totale dikte van de buitenschil: aantal wanden maal lijnbreedte. Ontwerp wanden als veelvoud van de lijnbreedte, dan hoeft de slicer geen gaten te vullen.
Warping
Kromtrekken: de hoeken komen los van het bed doordat het materiaal krimpt bij het afkoelen. Bestrijden met bedtemperatuur, brim, en bij ABS een kast.
Waterdicht printen
Kan, met genoeg wanden, wat overextrusie en het juiste materiaal. PETG is de gangbare keuze, en testen blijft verstandig.
Wipe
De nozzle veegt aan het eind van een lijn even over het geprinte deel om de naad schoon af te sluiten.

X

XYZ-assen
Het assenstelsel van de printer: x opzij, y naar voren en achteren, z omhoog. Bij een bedslinger beweegt het bed de y, bij CoreXY alleen de z.

Z

Z-banding
Regelmatige horizontale banden over de hele print, vaak door een kromme z-spindel of wisselende extrusie. Ook wel z-wobble.
Zits
Kleine pukkeltjes op de wand waar de nozzle even drukte loste, vaak op de naad. Kleiner familielid van de blob, te temmen met coasting en wipe.
Z-hop
De nozzle tilt bij reisbewegingen een fractie op, zodat hij niet over de print schraapt. Kost iets aan stringing.
Z-naad
De verticale lijn waar alle laagovergangen boven elkaar liggen. Zie seam.
Z-offset
De afstand tussen nozzle en bed op hoogte nul. Dé instelling achter een goede of slechte eerste laag, zie ook babystepping.

Termen opgezocht en klaar om te printen? Alle materialen uit deze lijst die wij verkopen vind je in de webshop, en welke bij jouw print past vertelt de keuzehulp. Samengesteld door Thijs Worm.