In dit artikel
Filament is nooit precies 1,75 mm dik. De tolerantie geeft aan hoeveel het mag schelen. Bij ±0,02 mm loopt de dikte tussen 1,73 en 1,77 mm, en dat compenseert je printer moeiteloos. Vanaf ±0,05 mm gaat het zichtbaar worden: glimmende plekken, gaatjes in de bovenlaag, wisselende wanddikte.
Waarom het uitmaakt
Je printer weet niet hoe dik het filament is. Hij duwt een vaste lengte naar binnen en gaat ervan uit dat daar een vaste hoeveelheid kunststof uitkomt. Wordt het filament halverwege 0,05 mm dikker, dan komt er ongeveer zes procent meer materiaal uit dan de slicer had berekend.
Zes procent klinkt weinig. Op een bovenlaag zie je dat als een ribbelig oppervlak, want de banen worden breder dan het pad waar ze in moeten passen. Wordt het juist dunner, dan ontstaan er kleine gaatjes tussen de banen.
Bij grote vlakken en bij prints waar de maat moet kloppen telt dat aan. Bij een decoratief beeldje merk je er niets van.
Wat is een goede waarde?
| ±0,01 mm | Uitzonderlijk, kom je zelden tegen |
| ±0,02 mm | Goed, hier zit degelijk filament |
| ±0,03 mm | Prima voor de meeste prints |
| ±0,05 mm | Merkbaar, vooral bij vlakke oppervlakken |
| groter | Verwacht problemen met de extruder |
Let op het teken. Sommige fabrikanten schrijven "0,02 mm" zonder plusminus, en dan bedoelen ze soms de totale bandbreedte in plaats van de afwijking naar beide kanten. Dat scheelt een factor twee.
Zelf meten met een schuifmaat
Je hebt er een digitale schuifmaat voor nodig, verder niets. Rol een meter of twee af en meet op tien plekken, steeds een stukje verder. Meet elke plek twee keer, gedraaid over negentig graden, want filament kan ovaal zijn in plaats van te dik of te dun.
Noteer de hoogste en de laagste waarde. Zit alles tussen 1,73 en 1,77, dan klopt ±0,02. Zie je bij één meting 1,82, dan heb je een lokale dikke plek en die zul je merken.
Ovaalheid is trouwens vervelender dan variatie in dikte. Een ovale streng schuurt anders langs je extruder en dat geeft onregelmatige aandrijving.
Wat je eraan doet als het misgaat
Meet je structureel te dik of te dun, dan kun je dat compenseren. Vul in je slicer de gemeten gemiddelde diameter in in plaats van 1,75. Print je met 1,79 gemiddeld, zet dat er dan neer. Je flow klopt dan weer.
Dat werkt alleen bij een constante afwijking. Wisselt het per meter, dan is er niets te compenseren en blijft het rommelig. Dan is de rol gewoon niet goed genoeg voor werk waar het op aankomt.
Waar wij op letten
Wij houden ±0,02 mm aan voor onze PLA rollen. Belangrijker nog dan het getal is dat het per batch consistent blijft, want daar heb je in de praktijk het meest aan. Zie je bij een rol iets vreemds, laat het weten via contact, dan kijken we mee.
Veelgestelde vragen
Merk ik het verschil tussen ±0,02 en ±0,03 mm?
Bij normale prints niet. Bij grote vlakke bovenlagen en bij vaasmodus wel, daar zie je elke variatie terug in de wand.
Waarom is mijn filament ovaal?
Dat komt uit het productieproces of doordat de rol te strak is gewikkeld. Een ovale streng geeft onregelmatige extrusie, ook al klopt de gemiddelde diameter.
Kan ik de tolerantie zien zonder te meten?
Nee. Wat je wel ziet: als je print bij elke laag een andere glans heeft, is er iets met de flow, en dat kan de diameter zijn.
Bekijk het in beeld
Meer video's over Diametertolerantie uitgelegd: wat betekent ±0,02 mm? op YouTube →
Europese rollen van 1,75 mm, voor 16:00 besteld is vandaag verstuurd. Vanaf vier rollen zakt de kiloprijs.